Greenpeace probeert de walvisvangst voor de kust van Antarctica te stoppen.
Vergroot foto
In 1994 is er in het oceaangebied van Antarctica een reservaat voor walvissen ingericht. Maar al sinds 1987 jaagt Japan jaarlijks op walvissen in Antarctica onder het mom van 'wetenschappelijke' walvisvangst. Als gevolg van de aankondiging van het reservaat nam de 'wetenschappelijke' vangst in Antarctica dat jaar zelfs toe met 100 walvissen.
Japan kondigde op de IWC bijeenkomst in juni 2005 doodleuk aan dat zij
nog meer walvissen in Antartica gaat vangen. Bedreigde vin- en
bultrugwalvissen willen zij toevoegen aan de groeiende lijst van grote
walvissoorten waarop elk jaar wordt gejaagd. En als toetje zal Japan de
vangst van dwergvinvissen verdubbelen.
Merkwaardige wetenschap
Wat is er dan mis met een 'wetenschappelijke' walvisjacht? Professor
Toshio Kasuya, van de Teikyo universiteit voor wetenschappen
en technologie in Japan, presenteerde in oktober 2005 zijn analyse in
de Mainichi Shinbun. 'De jaarlijkse kosten van het onderzoeksprogramma
bedragen ongeveer 6 miljard yen, of meer dan 50 miljoen Amerikaanse
dollar. Daarvan wordt 5 miljard yen gedekt door de verkoop van
walvisvlees dat afkomstig is uit de vangst bij de wetenschappelijke
walvisjacht. De resterende 1 miljard yen komt uit overheidssubsidie en
andere financieringen. Zonder de inkomsten van de vleesverkoop zou de
walvisvangstorganisatie die het door de regering ingestelde
onderzoeksprogramma uitvoert, niet aan het werk kunnen blijven. De
rederij die de vloot voor het programma levert, zou de kosten voor het
bouwen van de walvisboten niet kunnen terugverdienen. Dit is louter een
economische activiteit. Er is geen enkele ruimte voor onderzoekers om
op basis van hun eigen ideeën research uit te voeren. Dit programma
voldoet beslist niet aan de door de conventie geautoriseerde
wetenschappelijke doelstellingen.'
Een steeds groter probleem voor deze sector is de achteruitgang in de
vraag naar walvisvlees in Japan, wat resulteerde in een
reclame-offensief om het publiek ervan te overtuigen dat de
walvisvangst cultureel en economisch belangrijk is voor Japan. Hierin
werd ook beweerd dat walvissen te veel vis eten en de conservering van
de visvoorraad bedreigen – een bewering zonder enige wetenschappelijke
onderbouwing.
Professor Kasuya: 'Het instituut voor onderzoek van cetaceeën stelt
dat onderzoek van dode dieren de enige geschikte methode is voor het
verzamelen van de gegevens. Maar onderzoek van biopsiemonsters toont de
hoeveelheid spek of de voortplantingsfrequentie, en een analyse van de
ontlasting geeft informatie over de voeding van de walvissen.'
Opiniepeilingen
Het is gewoon een feit dat walvisvlees een luxe product is in Japan –
en dat is al tientallen jaren het geval. Een opiniepeiling toonde in 1999 aan dat
slechts 11 procent van de Japanse volwassenen de walvisvangst steunt,
en dat een niet veel hoger percentage van 14 procent van de Japanse
volwassenen tegen walvisvangst is.
Volgens de Japanse hamburgerassociatie eten Japanners tegenwoordig 40
keer meer hamburger dan walvisvlees. Dit is niet alleen het gevolg van
de opkomst van Ronald McDonald. De Washington Post meldde in 2005 dat
vorig jaar deze de walvisvangstsector 20 procent van hun vangst van
4000 ton als diepvries overschot opgeslagen heeft.
Onderzoek door het Japanse bureau van de statistiek suggereert dat de
consumptie van rundvlees, varkensvlees en kip is gestegen en de
consumptie van walvisvlees is gedaald en dat dit al in het midden van
de jaren zestig begonnen was.
De walvisvangst in Noorwegen en IJsland
Japan is niet de enige plaats waar op walvissen wordt gejaagd, 'wetenschappelijk' of anderszins. Noorwegen heeft in 1993
de commerciële walvisvangst weer nieuw leven ingeblazen en IJsland kondigde na een
onderbreking van 14 jaar dat het de 'wetenschappelijke' walvisvangst in
augustus 2003 zou hervatten. (IJsland was na een wereldwijde boycot en
economische druk in 1989 gestopt met de illegale commerciële jacht.)
Beide landen willen walvisvlees naar Japan exporteren.
Een hervatting van de internationale handel in walvisproducten zou
vérstrekkende gevolgen hebben. Walvisstropers hebben dan een nog
grotere stimulans om heimelijk op walvissen te jagen, aangezien het dan
voor hen gemakkelijker wordt om illegaal walvisvlees Japan binnen te
smokkelen. Ook met het huidige handelsverbod wordt er op de Japanse
markt regelmatig illegaal walvisvlees ontdekt.
Walvisreservaten en whale watching
Walvisreservaten zijn vluchtplaatsen, verboden voor de walvisvangst,
waar walvispopulaties zich kunnen voortplanten, kunnen eten en zich
langzaam kunnen blijven herstellen van jaren exploitatie. Reservaten
bieden vaak de noodzakelijke gelegenheid voor bevordering van het
behoud van de walvissen en echt wetenschappelijk onderzoek, niet bij
dode dieren.
Reservaten kunnen trouwens ook aantrekkelijke economische voordelen
opleveren. Ze helpen bij de ontwikkeling van walvisobservatie (whale
watching), de enige economische activiteit rond tot walvissen die
zowaar verdedigbaar blijft. En we zijn niet de enigen die dat een goed
idee vinden - whale watchingt is een bloeiende sector. Meer dan 87
landen doen aan whale watching en dit levert over de hele wereld
elk jaar een opbrengst op van 1 miljard Amerikaanse dollar.
Maar de walvisvangst heeft op negatieve wijze impact op whale watching. Toen IJsland de walvisvangst hervatte, daalden de
reserveringen met 90 procent. De
whale watchingsector in IJsland weet dit aan de walvisindustrie en eiste dat de walvisvangst werd stopgezet. De plannen
voor grootschalige walvisvangst werden uitgesteld en de whale watchingsector is zich aan het herstellen.
Veel kustlanden hebben geprofiteerd van de ontwikkeling van
whale watching. In de Dominicaanse republiek heeft het
eco-toerisme al een netto omzet van 5,2 miljoen dollar. De sector werd
er gestimuleerd werd door het afbakenen van het Silver Bank
zeereservaat voor bultrugwalvissen. Australië vormde sinds 1978 het
Cheynes Beach walvisvangststation om tot een geavanceerde
observatieplek en trok er al meer dan 1,3 miljoen
bezoekers.