Skip navigation.
Een school tonijn

Een school tonijn

Vergroot foto

Meer dan 2000 jaar geleden beschreef de Griekse filosoof Aristoteles de migratie van de blauwvintonijn in de Middellandse Zee. Al in het Romeinse rijk was de tonijnvisserij één van de meest stabiele industrieën. De visgrond is één van de meest winstgevende ter wereld, maar wordt nu bedreigd door industriële praktijken en gebrek aan bescherming.

In 1999 publiceerden we een rapport over de uitputting van de populatie blauwvintonijn in de Middellandse Zee. De biomassa van volwassen blauwvintonijn - de broedvoorraad - was over de afgelopen twintig jaar met tachtig procent verminderd. Elk jaar werden veel te veel jonge tonijnen gevangen en piraatvissers putten de voorraad uit. Het was duidelijk dat er drastische maatregelen genomen moesten worden om de populatie te herstellen.

Tonijn opfokken: een gegarandeerde ramp

Helaas is het overbevissen sindsdien niet alleen erger geworden, maar er is ook een nieuwe industrie bijgekomen die een extra bedreiging vormt voor het voortbestaan van tonijn in de Middellandse Zee: tonijn opfokken. Dat is de vangst, het transport en het vetmesten van tonijn in kooien langs de hele Middellandse-Zeekust. Industriële vissersboten en sleepboten varen het hele gebied door op zoek naar tonijn, geassisteerd door een hele vloot vliegtuigen en helikopters die ondanks het sterk dalende aantal toch nog scholen tonijn kunnen vinden.

Tonijn opfokken is een zeer winstgevende activiteit die op de Japanse markt gericht is. In plaats van minder te vissen en de tonijn te laten herstellen, hebben snelle winsten voor nieuwe en grotere vissersboten gezorgd, voor bijkomende opslagfaciliteiten en zelfs nieuwe vliegvelden om de tonijn te exporteren. Regeringen hebben een aanzienlijke bijdrage geleverd aan het stimuleren van deze uitbreiding: Subsidies van de Europese Unie, wel US$34 miljoen sinds 1997, gekoppeld aan grote investeringen uit Japan en Australië hebben zelfs nog grotere vangsten gestimuleerd.

Die praktijk heeft geresulteerd in een toename in de vangst van jonge tonijn, en heeft de beheersproblemen nog verergerd. Niemand weet het werkelijke aantal blauwvintonijnen dat in de Middellandse Zee wordt gevangen, maar het is beslist meer dan de totaal toegestane vangst .

Tonijn kweken

De enorme hoeveelheid vis die nodig is voor het voeren van gekweekte tonijn is ook een probleem. Voor het produceren van één kilo tonijn is tot 20 kilo van vis gemaakt voer nodig. Elk jaar wordt er naar schatting 225.000 ton voer in de Middellandse Zee geworpen, waarvan het meeste uit West Afrika, het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan en Amerika komt. Een rapport heeft onlangs het risico benadrukt van besmettelijke ziekte bij de plaatselijke vissoorten als gevolg van het van vis gemaakte voer, zoals in het verleden is voorgevallen bij tonijnmestbedrijven in Australië. De verbreiding van ziekte onder belangrijke plaatselijke visvoorraden zoals ansjovis of sardine zou een ramp kunnen betekenen voor de plaatselijke vissers. Een onaanvaardbaar risico.

Dolfijnveilig?

De vraag naar visvoer zorgt er ook voor dat er op soorten wordt gevist die voorheen niet commercieel gevangen werden. Dat is het geval voor de ronde sardinella in de zee van Alboran, waar grotere vangsten van deze soort risico opleveren voor één van de gezondste algemene dolfijnpopulaties in de Middellandse Zee.

Tonijn opfokken in de Middellandse Zee betekent dat een voorheen algemene hulpbron die door visserijgemeenschappen langs de hele Middellandse Zee gedeeld werd, nu door slechts enkele investeerders beheerst wordt. Niet alleen wordt de blauwvintonijn geprivatiseerd en over-geëxploiteerd, maar ook de andere visgronden van het gebied worden nu in de waagschaal gesteld