Skip navigation.
Een dolfijn die gedood werd door destructieve vistechnieken. Duizenden 
dolfijnen eindigen elk jaar als bijvangst.

Een dolfijn die gedood werd door destructieve vistechnieken. Duizenden dolfijnen eindigen elk jaar als bijvangst.

Vergroot foto

Vaak wordt andere vis gevangen dan de vis waarop men zich richt en in de meeste gevallen worden deze dieren gewoon dood of stervend in zee teruggegooid. In sommige sleepvissectoren voor garnalen wordt bijvoorbeeld wel 90 procent van de vangst weggegooid! Andere visserijsectoren doden zeevogels, schildpadden en dolfijnen, soms in enorme aantallen.

De schattingen over de ernst van het probleem verschillen. De laatste rapporten suggereren dat ongeveer 8% van de totale wereldvangst wordt weggeworpen, maar eerdere schattingen gaven aan dat ongeveer een kwart van de vangst overboord wordt gegooid. Niemand weet gewoon hoe groot het probleem precies is.

De bijkomstige vangst van zoogdieren, zeevogels, schildpadden, haaien en talloze andere soorten wordt in vele delen van de wereld als een groot probleem erkend. Dit cijfer bevat zowel de niet bedoelde soorten als de bedoelde vissoorten die bijvoorbeeld te klein zijn. De schattingen variëren tussen 6,8 miljoen en 27 miljoen ton weggeworpen vis per jaar, een afspiegeling van de enorme onzekerheid omtrent de cijfers in verband met dit belangrijke probleem.

De sterfte is zo enorm dat de bijvangst op sommige visgronden invloed zou kunnen hebben op de structuur en de werking van zeesystemen op populatie-, gemeenschaps- en ecosysteemniveau. Bijvangst wordt alom erkend als één van de ernstigste milieuproblemen van de moderne commerciële visserij.

De slachtoffers


Verschillende soorten vispraktijken leiden ertoe dat verschillende diersoorten als bijvangst de dood vinden: netten doden dolfijnen, schildpadden en walvissen, langlijnvisserij doodt vogels, en bodemsleepnetten verwoesten zee-ecosystemen.

Een ontstellende 100 miljoen haaien en roggen worden naar schatting gevangen en weggeworpen. De tonijnvisserij, die in het verleden een hoog niveau aan dolfijnbijvangst had, is nog steeds verantwoordelijk voor de dood van vele haaien. Een geschatte 300.000 cetaceeën (walvissen, dolfijnen en schildpadden) sterven ook elk jaar als bijvangst omdat zij niet kunnen ontsnappen als ze in een net worden gevangen.

Vogels duiken naar het voer dat aan lange lijnen is bevestigd, slikken het met haak en al in en worden dan onder water getrokken en verdrinken. Er worden elk jaar ongeveer 100.000 albatrossen gedood door de visserij met lange lijnen en daarom staan vele soorten op het randje van uitsterven.

Bodemsleepnetten vormen een destructieve manier op de oceaanbodem en oogsten de soorten die daar leven. Evenals de bedoelde vissoorten resulteert dit ook in bijvangst van commercieel niet aantrekkelijke dieren zoals zeesterren en sponzen. Een enkele gang van een sleepnet verwijdert tot 20 procent van de fauna en flora van de zeebodem. De visserij met de grootste bijvangst is de garnaalvisserij: meer dan 80 procent van de vangst kan bestaan uit onbedoelde diersoorten.

Technologie


Er bestaan heel wat technische snufjes voor het verminderen van de bijvangst. Op sommige garnalenvisgronden wordt speciale apparatuur gebruikt om te voorkomen dat schildpadden worden gedood. In het geval van visserij met lange lijnen kan het aas op een andere manier worden aangehaakt en kunnen er vogelverjagende toestellen gebruikt worden die het aantal gedode vogels drastisch verminderen. Om te voorkomen dat dolfijnen in netten worden gevangen, kunnen andere hulpmiddelen worden gebruikt. Pingers zijn kleine hulpmiddelen die een geluid maken en dolfijnen verjagen en aan netten worden bevestigd maar niet altijd effect hebben. Er zijn ook al ontsnappingsluiken gebruikt - deze bestaan uit een metalen raster met grote mazen, waardoor de cetaceeën omhoog en uit het net worden gedrukt.

 Hoewel deze hulpmiddelen misschien een rol kunnen spelen, kunnen zij niet het gehele probleem oplossen. Dergelijke hulpmiddelen moeten voortdurend geëvalueerd worden om te controleren hoe goed ze werken en om eventuele negatieve effecten te bepalen. In werkelijkheid zullen deze waarschijnlijk uitsluitend worden gebruikt in gebieden met een goed ontwikkeld visgrondbeheer en instellingen die de regels afdwingen.

Op wereldniveau is de waarschijnlijk de enige manier om het probleem van de bijvangst aan te pakken, het controleren van de visinspanningen. Dit wordt het beste bereikt door de aanleg van zeereservaten. Maar in het geval van zeer mobiele soorten zoals zeevogels en cetaceeën is de enige effectieve manier om bijvangst te voorkomen het stoppen met de meest destructieve vismethoden.