Skip navigation.
Het japanse walvis-verwerkingsschip de Nisshin Maru op archiefbeeld.

Het japanse walvis-verwerkingsschip de Nisshin Maru op archiefbeeld.

Vergroot foto

International — Rond kwart voor zes plaatselijke tijd zond de Nisshin Maru, het moederschip van de Japanse walvisjagers waar het vlees wordt verwerkt, een noodsignaal uit. De New Zealand Marine Rescue Centre liet weten dat het schip na een explosie aan boord met brand kampte. Onze gedachten gaan uit naar het verdwenen Japanse bemanningslid en naar de bemanningsleden die nog aan boord van de brandende Nisshin Maru zijn.

Het Greenpeace-schip de Esperanza heeft onmiddellijk gereageerd en hulp aangeboden. De bemanning in nood is nu het belangrijkste. De Japanse autoriteiten hebben vandaag laten weten van Greenpeace geen hulp te willen. Op zee gelden echter speciale regels. Greenpeace is in Antarctica en voert op dit moment met haar actieschip de Esperanza campagne tegen de Japanse walvisjacht, maar zal altijd hulp bieden aan schepen en bemanningen in nood, ook als dat walvisjagers zijn.

Vanwege de grote voorraad olie aan boord kan de brand grote schade aanrichten aan de omgeving. Een olielek is in het kwestbare gebied bijzonder schadelijk voor de omgeving. Door de extreme koude breekt gelekte olie nauwelijks af: in Alaska wordt 18 jaar na de ramp met de Exxon Valdez nog steeds olievervuiling waargenomen. Schepen en materiaal die de olie op kunnen ruimen zijn dagen of mogelijk zelfs weken onderweg voor zij de plek des onheils in Antarctica hebben bereikt.

Deze noodoproep is de derde in zes dagen waar Greenpeace op heeft moeten reageren, midden in het Japanse jachtseizoen op de walvissen. Vrijdag werden twee bemanningsleden van Sea Shepherd in een rubberboot vermist op de ijskoude zee. Afgelopen maandag botste een schip van Sea Shepherd met een van de Japanse jagers en volgde een tweede noodsignaal.