Skip navigation.

Er moet veel gebeuren om de Esperanza vaarklaar te krijgen voor het tweede deel van de oceanenexpeditie. Tijdens de acties tegen de Japanse walvisjacht zijn de rubberboten behoorlijk beschadigd, in de machinekamer moeten leidingen worden vervangen en natuurlijk heeft het schip brandstof en voorraden nodig...

Als lasser moet ik zorgen dat ik genoeg bouten, moeren en leidingen heb om midden op zee storingen op te lossen, want eenmaal op zee kun je niet zomaar naar de winkel.

Nu ligt het schip in Kaapstad. De temperatuur hier in Zuid-Afrika is even wennen: het is hier hartje zomer en het kan erg warm worden. Volgende week varen we uit. Dit keer willen we de overbevissing op tonijn in de Atlantische oceaan aanpakken. Tonijn brengt op de Japanse markt soms wel 172.000 dollar (!) op, dus er wordt op grote schaal op gejaagd, ook door illegale vissers. Deze piratenvissers lappen alle regels aan hun laars, dus het kan nog spannend worden…

Steeds meer leden van de bemanning arriveren. Deze reis deel ik mijn hut met Mike, een goede vriend. Mike is een elektricien uit Duitsland met wie ik eerder heb gevaren. Door mensen als hij was het weer aan boord stappen – toch altijd spannend voor een reis van drie maanden – alsof ik thuis kwam. Gelukkig ken ik het schip en de meeste bemanningsleden goed.