Dit roestige vissersschip ligt al twee maanden voor anker. De man in de foto heeft geen idee wanneer er hulp komt.
Vergroot foto
De illegale visser die we naar Guinee hebben geëscorteerd is intussen zonder problemen in de hoofdstad afgeleverd. De autoriteiten hier kunnen echt weinig doen. Na het opspeuren van deze visser hebben we de autoriteiten ook nog geholpen met de bewaking. Om te voorkomen dat het piratenschip er vandoor ging hield onze bemanning 's nachts de wacht. ’s Ochtends haalde ik hen met de rubberboot weer op.
Nu zijn we weer op zee. Zeventig mijl uit de kust vinden we een
scheepskerkhof – een verzameling oude, roestige vissersschepen waarvan
het een wonder is dat ze blijven drijven. Het wonderlijke is: deze
schepen zijn bemand en, zoals de mensen aan boord tegen onze tolk
zeggen, zelfs klaar om te gaan vissen. Ze wachten alleen op brandstof
of nieuwe bemanningsleden.
Deze piratenschepen hebben niets van piratenromantiek zoals je je die
voorstelt. Het zijn smerige, oude schepen en, zoals we merkten bij de
gearresteerde Chinese visser, ze stinken enorm. Dit soort schepen
bezoekt zelden of nooit een haven. Op zee worden ze van brandstof,
voedsel en nieuwe bemanning voorzien en ook hun vangst wordt op zee
overgezet naar een transportschip. Bemanningsleden zijn soms jaren
non-stop aan boord.
Behalve onderhoud aan de motoren en kranen voor de netten lijkt er geen
enkele aandacht te zijn voor onderhoud. Er zit geen glas in de
patrijspoorten, rondom de mast hangt een wirwar van draden. Bruikbare
reddingsmiddelen lijken niet aan boord te zijn. Bij één boot zien we de
kuip van een opblaasbaar reddingsvlot gebruikt om een net op te bergen.
Rondom de schepen drijft olie, overal plastic afval en hier en daar een
kogelvis – per ongeluk gevangen vis die halfdood weer overboord is
gegaan omdat hij niet gegeten wordt. De meest winstgevende vis wordt
verscheept naar Las Palmas, de Canarische Eilanden en Europa, de rest
naar Afrika.
Erg indrukwekkend om te zien. Deze mensen stelen vis van
West-Afrikaanse landen, maar de bemanningsleden lijken vooral
slachtoffer van de bedrijven waar ze in dienst zijn. De winsten staan
voorop.