Een rubberboot van Greenpeace spuit water omhoog om de harpoenist van een Japanse walvisjager het werk moeilijk te maken.
Vergroot foto
Om 7 uur vanochtend varen twee rubberboten uit. We achtervolgen één van de jagers, de Yushin Maru nr. 2. De Arctic Sunrise doet hetzelfde met een andere jagers. Deze keer hebben we een nieuwe verrassing voor de walvisvaarders. Op één van onze rubberboten is een waterpompinstallatie gemaakt die een waas van water meters omhoog kan spuiten.
...Ondanks dat de jagers drie of vier keer met een geweer hebben geschoten
blijft de walvis ademen. Ik kijk recht in het oog van het dier en kan niets meer
doen...
Door recht voor het schip te varen spuiten we water over de man die de
harpoen bedient. Hij heeft op die manier geen zicht op de walvissen.
Ook het koude water maakt het hem een stuk lastiger. Op deze manier
weten we zes uur lang de walvisvaarders van het jagen af te houden.
Vandaag hebben we in ieder geval een aantal walvissen kunnen
beschermen.
Een voor een komen de rubberboten terug naar de Esperanza
voor brandstof en een uitgeruste bestuurder en bemanning. Ik stap in
met Slava uit Rusland. We hebben ook de fotograaf aan boord. Nadat we
in het water zijn gelaten vaar ik zo snel mogelijk naar de Yushin Maru
nr 2. Op het dek is een aantal mannen bezig de harpoen te laden. Ik
vaar op een paar meter afstand naast het schip. De harpoen ziet er zo
dichtbij erg dreigend uit. Wanneer ik voor me kijk zie ik recht voor
mij een walvis voorbij zwemmen. En kort daarna nog een. Er moet hier
een hele familie rond zwemmen. De walvisvaarders weten ze goed te
vinden.
De gebeurtenissen die hierop volgen kan ik moeilijk
navertellen. Deels omdat het zo snel na elkaar gebeurt, deels omdat het
zo’n diepe indruk op mij heeft gemaakt, dat ik niet goed weet hoe ik
het onder woorden moet brengen. Zoals vanmorgen passen we dezelfde
techniek toe. Maar op een gegeven moment hoor ik een enorme knal. De
harpoen is afgeschoten en het is raak. We proberen van alles om het
werk zoveel mogelijk te vertragen zodat ze niet nog een walvis kunnen
afschieten. Mijn herinnering is een waas van water spuitend uit
brandslangen, touwen die door het water scheren, geweerschoten, het
klinken van de hoorn van de Yushin Maru nr. 2. en het beeld van de
bloedende walvis. Trillend op mijn benen probeer ik zo dicht mogelijk
bij de walvis te blijven zodat de fotograaf kan fotograferen. Voor mijn
gevoel ben ik zo dichtbij dat ik de walvis zou kunnen aanraken. Omdat
het dier nog steeds leeft, moet ik zorgen dat we op een veilige afstand
blijven. Ondanks dat de jagers drie of vier keer met een geweer hebben
geschoten blijft de walvis ademen. Ik kijk recht in haar oog en kan
niets meer doen. De Esperanza komt naast ons liggen en iedereen staat
machteloos op het dek toe te kijken. Zelfs wanneer de walvis langzij
van het schip wordt vastgebonden slaat ze nog met haar staart. Je
gevoel dwingt je om iets te doen, maar voor deze walvis is het te laat.
De enige gedachte waar ik mijzelf mee kan troosten is dat deze jager
vandaag maar één keer heeft kunnen terugvaren naar het verwerkingschip.